Een that-bijzin presenteert een bewering, gedachte, waarneming of feit als inhoud: I think that she knows. Hier betekent that niet ‘dat ding’ en verwijst het niet naar een naamwoord. Het is een complementizer: een grensmarker die laat zien dat er een inhoudsbijzin begint. Zo'n bijzin kan object, onderwerp of complement zijn. That kan vooral bij objectcomplementen en na enkele veelgebruikte adjectieven weg, maar niet overal.
I think that she knows why the door is locked.
Ik denk dat ze weet waarom de deur op slot zit.
That he left without saying goodbye surprised me.
Dat hij vertrok zonder gedag te zeggen, verbaasde me.
The fact that he left still bothers her.
Het feit dat hij vertrok, zit haar nog steeds dwars.
That als grensmarker, niet als aanwijzend woord
Vergelijk that in twee zinnen:
| Functie | Voorbeeld | Analyse |
|---|---|---|
| aanwijzend voornaamwoord | I didn't know that. | that verwijst naar iets: ‘dat’ |
| complementizer | I didn't know that the office was closed. | that opent de inhoud the office was closed |
Als complementizer vervult that geen rol als onderwerp of object binnen de bijzin. The office is onderwerp van was; that staat erbuiten als marker. Daarom kun je niet vragen wat that ‘betekent’ zoals bij een gewoon voornaamwoord. Het draagt vooral grammaticale structuur en kan in sommige omgevingen een klein betekeniscontrast in explicietheid of verwerking geven.
I didn't know that the office was closed on Fridays.
Ik wist niet dat het kantoor op vrijdag gesloten was.
Object na een werkwoord
De frequentste that-bijzin is het inhoudelijke object van een werkwoord. Veelvoorkomende werkwoorden zijn think, know, say, believe, hear, notice, hope, agree, admit en explain. De bijzin vertelt wat iemand denkt, weet, zegt of waarneemt.
She said that the delivery would arrive before noon.
Ze zei dat de bezorging vóór het middaguur zou aankomen.
We noticed that one of the windows was still open.
We merkten dat een van de ramen nog openstond.
De Engelse bijzin behoudt SVO: that + she + knows + the answer. Nederlands plaatst in dat zij het antwoord weet het object vóór de persoonsvorm aan het einde. Kopieer die Nederlandse volgorde niet: that she the answer knows is ongrammaticaal.
Bij veel alledaagse objectcomplementen kan that weg. I think she knows is volledig correct en vaak natuurlijker in gesprek (informal/neutral). Met that klinkt de grens explicieter; dat is nuttig in lange, formele of potentieel dubbelzinnige zinnen (formal/neutral).
I think she'll call once she's spoken to her manager.
Ik denk dat ze belt zodra ze haar manager heeft gesproken.
The report concludes that the current policy is unlikely to meet its stated objectives.
Het rapport concludeert dat het huidige beleid de gestelde doelen waarschijnlijk niet zal bereiken. (formeel)
Weglating is niet bij elk werkwoord even natuurlijk. Na korte, frequente werkwoorden als think en say gebeurt ze veel; na formele nominale of adjectivische contexten blijft that doorgaans staan. In zorgvuldig proza helpt that ook wanneer er materiaal tussen hoofdwerkwoord en bijzin staat: She explained to the committee that the figures were provisional. Zonder that kan de lezer tijdelijk de verkeerde structuur verwachten.
That-bijzin als onderwerp
Een hele that-bijzin kan onderwerp zijn. Omdat zulke onderwerpen lang en inhoudelijk zwaar zijn, klinken ze vaker (formal) en komen ze vooral in geschreven taal voor.
That nobody checked the figures before publication is hard to understand.
Dat niemand de cijfers vóór publicatie controleerde, is moeilijk te begrijpen. (formeel)
That the two accounts contradict each other does not prove that either is false.
Dat de twee verslagen elkaar tegenspreken, bewijst niet dat een van beide onjuist is. (formeel)
Hier kan that niet weg. Zonder marker zou Nobody checked the figures is hard to understand beginnen als een zelfstandige mededeling en vervolgens ontsporen. De complementizer laat vanaf het eerste woord zien dat de volledige propositie als onderwerp fungeert.
Gewoon Engels gebruikt meestal extrapositie: het lege plaatsonderwerp it staat vooraan en de inhoudsbijzin komt aan het einde. It is hard to understand that nobody checked the figures is grammaticaal, maar bij evaluaties is een why-bijzin vaak idiomatischer: It is hard to understand why nobody checked. Met predicaten als clear, obvious, surprising, likely, important is extrapositie heel gewoon.
It is clear that the two systems store dates differently.
Het is duidelijk dat de twee systemen datums verschillend opslaan.
It's surprising that nobody mentioned the extra cost.
Het is verrassend dat niemand de extra kosten noemde.
It verwijst hier niet naar een eerder genoemd ding; het vult de verplichte Engelse onderwerpsplaats. De echte inhoud verschijnt later, passend bij het Engelse voorkeurspatroon van lichte naar zware informatie. Zie dummy it en extrapositie.
Complement na een adjectief
That-bijzinnen kunnen de inhoud van een adjectief aanvullen: glad that, sure that, afraid that, aware that, surprised that. In gesprek kan that soms weg na enkele veelgebruikte adjectieven, vooral sure en glad, maar expliciet that is altijd een veilige neutrale keuze.
I'm glad that everyone got home safely.
Ik ben blij dat iedereen veilig thuis is gekomen.
Are you sure the address is correct?
Weet je zeker dat het adres klopt?
Het adjectief bepaalt de houding tegenover de propositie. Sure that p presenteert zekerheid over p; afraid that p kan vrees uitdrukken, maar I'm afraid that the shop is closed functioneert ook als beleefde inleiding van slecht nieuws (polite/formal-neutral).
I'm afraid that we won't be able to refund the booking fee.
Helaas kunnen we de boekingskosten niet terugbetalen. (beleefd)
Complement bij een naamwoord
Na abstracte naamwoorden als fact, idea, claim, news, possibility, evidence kan een that-bijzin de inhoud van dat naamwoord specificeren: the fact that he left. Dit is geen relatieve bijzin. Vergelijk:
| Type | Voorbeeld | Rol van that |
|---|---|---|
| inhoudscomplement | the claim that the drug is safe | marker; de bijzin geeft de inhoud van de claim |
| relatieve bijzin | the claim that shocked everyone | that is onderwerp van shocked en verwijst naar claim |
The claim that the drug is completely safe has not been independently verified.
De bewering dat het geneesmiddel volkomen veilig is, is niet onafhankelijk geverifieerd. (formeel)
Bij een inhoudscomplement volgt na that een volledige bijzin (the drug is safe). Bij de relatieve lezing ontbreekt juist een deelnemer binnen de bijzin: that zelf is degene die shocked everyone. Inhouds-that blijft na het naamwoord normaal staan; the claim the drug is safe komt soms voor in journalistiek Engels (journalistic), maar is niet het beste algemene model voor leerders.
Ontkenning, tijd en gerapporteerde inhoud
Ontkenning hoort normaal binnen de inhoud waar ze logisch betrekking op heeft: I think that she isn't coming. In informeel Engels komt negative raising vaak voor: I don't think she's coming. Dat betekent meestal hetzelfde als ‘ik denk dat ze niet komt’, niet letterlijk ‘ik heb geen mening’. Nederlands gebruikt eveneens graag ik denk niet dat ..., dus de vorm voelt bekend.
I don't think the restaurant is open on Mondays.
Ik denk niet dat het restaurant op maandag open is.
Na een werkwoord in het verleden kan Engels de tijd in de inhoud terugschuiven: She said that she was tired. Dit is backshift in de indirecte rede. Als de inhoud nog steeds algemeen waar is, blijft present simple soms mogelijk: The teacher explained that water boils at 100°C. De keuze gaat dus om tijdsperspectief, niet om een automatische vormvervanging na iedere that-bijzin.
The teacher explained that water boils at 100°C at sea level.
De docent legde uit dat water op zeeniveau bij 100 °C kookt.
In formeel en-US kan na eisen of aanbevelingen een onverbogen vorm staan: They insisted that he leave immediately (formal). Dit heet de mandative subjunctive. Nederlands vertaalt dit vaak met moest of zou: Ze stonden erop dat hij onmiddellijk moest vertrekken. De constructie is correct, maar hoort bij de selectie van het hogere werkwoord, niet bij alle that-bijzinnen.
The committee recommended that the proposal be revised before publication.
De commissie adviseerde het voorstel vóór publicatie te herzien. (formeel)
Veelgemaakte fouten
Nederlandse woordvolgorde kopiëren
❌ I think that she the answer knows.
Onjuist: Engels houdt in de bijzin onderwerp–werkwoord–object aan.
✅ I think that she knows the answer.
Ik denk dat ze het antwoord weet.
That bij een onderwerpsbijzin weglaten
❌ He left so suddenly surprised everyone.
Onjuist voor de bedoelde analyse: de inhoudsbijzin als onderwerp heeft that nodig.
✅ That he left so suddenly surprised everyone.
Dat hij zo plotseling vertrok, verbaasde iedereen.
That als inhoudsmarker verwarren met een aanwijzend voornaamwoord
❌ I know that that she called.
Onjuist: één complementizer that leidt de volledige inhoudsbijzin in.
✅ I know that she called.
Ik weet dat ze heeft gebeld.
Een Nederlands voorzetsel vóór de that-bijzin zetten
❌ I'm convinced of that the plan will work.
Onjuist: convinced neemt hier rechtstreeks een that-bijzin, zonder of.
✅ I'm convinced that the plan will work.
Ik ben ervan overtuigd dat het plan zal werken.
That weglaten na een naamwoord wanneer de grens nodig is
❌ The fact he resigned came as a surprise.
Ongeschikt als algemeen leermodel: na fact blijft inhouds-that in neutraal verzorgd Engels staan.
✅ The fact that he resigned came as a surprise.
Het feit dat hij ontslag nam, kwam als een verrassing.
Kernpunten
- Complementizer that verwijst niet naar een zaak; het markeert het begin van propositionele inhoud.
- Een that-bijzin kan object, onderwerp of complement van een adjectief of naamwoord zijn.
- Vooral bij veel objectcomplementen kan that gemakkelijk weg, en soms na adjectieven zoals sure en glad.
- Een that-bijzin die als onderwerp dient, behoudt that; in gewone stijl staat vaak extrapositie met dummy it.
- De Engelse bijzin houdt SVO: that she knows the answer, nooit de Nederlandse werkwoord-eindvolgorde.
Related Topics
- Overzicht van Engelse bijzinnenB1 — Herken finiete en niet-finiete Engelse bijzinnen en zie hoe ze als naamwoordgroep, bepaling of beschrijving in een grotere zin functioneren.
- Whether-bijzinnenB2 — Gebruik whether voor indirecte ja-neevragen, expliciete alternatieven en infinitiefconstructies, en herken waar if niet mogelijk is.
- Dummy it en extrapositieA2 — Gebruik dummy it bij weer, tijd en afstand en stel zware onderwerpszinnen uit tot een natuurlijke eindpositie.
- Indirecte rede: mededelingenB1 — Rapporteer Engelse mededelingen met say, tell en een that-bijzin, en pas persoon, tijd en perspectief bewust aan.
- Bijstelling bij zelfstandige naamwoordenC1 — Leer hoe Engelse bijstellingen met of zonder komma iemand identificeren of juist extra informatie toevoegen.