Reported speech in the past

QuestionAnswer
to claim
beweren
to exaggerate
overdrijven
He claimed that he was not exaggerating.
Hij beweerde dat hij niet overdreef.
the rumor
het gerucht
to gossip
roddelen
I asked if she gossiped about the rumor.
Ik vroeg of zij over het gerucht roddelde.
The boss claimed that the rumor was fake.
De baas beweerde dat het gerucht nep was.
to answer
antwoorden
to turn out better than expected
meevallen
The man answered that the work was not too bad.
De man antwoordde dat het werk meeviel.
the remark
de opmerking
I answered that I understood the remark.
Ik antwoordde dat ik de opmerking begreep.
to remark
opmerken
to disappoint
tegenvallen
She remarked that the film was disappointing.
Ze merkte op dat de film tegenviel.
to emphasize
benadrukken
The teacher emphasized that the remark was important.
De leraar benadrukte dat de opmerking belangrijk was.
We emphasized that we never gossiped.
We benadrukten dat we nooit roddelden.
You remarked that the customer was exaggerating.
Jij merkte op dat de klant overdreef.
He asked if the problem wasn't too bad.
Hij vroeg of het probleem meeviel.
We answered that we were quitting it.
We antwoordden dat we ermee stopten.
The boy claimed that the little book was disappointing.
De jongen beweerde dat het boekje tegenviel.