Homofonen correct spellen

Homofonen zijn woorden die hetzelfde klinken maar anders worden gespeld en iets anders betekenen. Je oor kan het verschil tussen their en they're of tussen to, too en two niet betrouwbaar horen. De snelste spellingcontrole is daarom zinsontleding: bepaal welke grammaticale taak het woord uitvoert en kies pas daarna de vorm.

Klank kan de spelling niet kiezen

Bij gewoon spreken geeft de rest van de zin voldoende betekenis. In schrift moet de spelling die informatie zichtbaar maken. Vergelijk their car met they're late. Beide vetgedrukte vormen klinken in de meeste accenten hetzelfde, maar de eerste bepaalt een zelfstandig naamwoord en de tweede bevat een onderwerp plus werkwoord.

Voor Nederlandstaligen is dit extra lastig omdat een dicteestrategie vaak begint met schrijf op wat je hoort. Bij Engelse homofonen moet er een syntactische controle achteraan komen. Vraag niet alleen “welk woord hoor ik?”, maar vooral “welke functie heeft deze plek in de zin?”

💡
Vervang een mogelijke samentrekking tijdelijk door de volledige woorden. Past they are, you are of it is/it has, dan is de apostrofvorm mogelijk. Past de uitbreiding niet, kies dan de andere homofoon.

There, their en they're

Deze drie vormen zijn standaard en registerneutraal, maar ze hebben totaal verschillende functies.

VormFunctieSnelle test
thereplaatsaanduiding of inleidend woord in there is/aregaat het om daar of om het bestaan van iets?
theirbezittelijk bepalend woordvolgt er een zelfstandig naamwoord dat van hen is of bij hen hoort?
they'resamentrekking van they arekun je letterlijk they are invullen?

There are two clean towels in the cupboard.

Er liggen twee schone handdoeken in de kast.

Their youngest daughter has just started school.

Hun jongste dochter is net met school begonnen.

They're waiting for us outside the station.

Ze wachten buiten het station op ons.

In their youngest daughter staat direct na their een naamwoordgroep. In they're waiting kun je probleemloos they are waiting schrijven. There are introduceert iets dat aanwezig is. Betekenis en bouw wijzen dus allebei naar dezelfde spelling.

To, too en two

To heeft twee hoofdtaken: het is een voorzetsel (to London, to my manager) of het markeert een infinitief (to leave). Too betekent ook of te in de betekenis meer dan wenselijk. Two is het getal twee.

I need to speak to the manager before we leave.

Ik moet met de manager spreken voordat we vertrekken.

Maya is coming too, so book a table for four.

Maya komt ook, dus reserveer een tafel voor vier personen.

The soup is too hot to eat right now.

De soep is nu te heet om te eten.

We ordered two coffees and a pot of tea.

We bestelden twee koffie en een pot thee.

Een eenvoudige test: kun je also invullen, dan bedoel je too in de betekenis ook. Kun je een cijfer schrijven, dan bedoel je two. Staat het woord voor de basisvorm van een werkwoord of leidt het een bestemming of ontvanger in, dan is to waarschijnlijk juist.

💡
In een zin als It's too late to call komen twee homofonen naast elkaar voor. Too geeft een te hoge graad aan; to leidt de infinitief call in.

Your en you're

Your is een bezittelijk bepalend woord en staat normaal vóór een zelfstandig naamwoord: your coat, your idea, your first day. You're is uitsluitend de samentrekking van you are. De apostrof markeert de weggelaten a.

Your coat is still hanging by the door.

Je jas hangt nog steeds bij de deur.

You're welcome to stay for dinner.

Je mag gerust blijven eten.

Probeer de tweede zin uit te schrijven: You are welcome to stay blijft grammaticaal en behoudt zijn betekenis. You are coat kan niet, dus in de eerste zin moet your staan. You're is gebruikelijk in neutraal en informeel Engels; in zeer formele teksten kan de volle vorm you are de voorkeur krijgen. Your is in ieder register dezelfde vorm.

Its en it's

Its drukt bezit of toebehoren uit bij it: zijn, haar of ervan, afhankelijk van het Nederlandse zelfstandig naamwoord. It's is een samentrekking van it is of it has. Dat voelt onlogisch als je de bezitsapostrof van the dog's tail kent, maar bezittelijke voornaamwoorden als his, hers, ours, yours en its krijgen geen apostrof.

The company changed its refund policy last month.

Het bedrijf heeft vorige maand zijn terugbetalingsbeleid gewijzigd.

It's colder than the forecast suggested.

Het is kouder dan de weersverwachting aangaf.

It's been a difficult week for the whole team.

Het is een moeilijke week geweest voor het hele team.

Bij It's been is de volledige vorm It has been, niet It is been. De woorden na de samentrekking helpen dus ook bepalen welke volledige vorm bedoeld is. Meer over deze vormen staat op de pagina over apostroffen in samentrekkingen.

Een vaste controle in drie stappen

Gebruik bij revisie deze volgorde:

  1. Zoek de woorden die alleen op klank zijn gekozen.
  2. Benoem de functie: plaats, bezit, onderwerp plus werkwoord, infinitiefmarkeerder, graad of getal.
  3. Voer een vervangingstest uit: they are, you are, it is/has, also of het cijfer 2.

They're taking their dog over there after lunch.

Ze brengen hun hond na de lunch daarheen.

In deze ene natuurlijke zin staan alle drie de vormen. They're breidt uit tot they are; their bepaalt dog; there verwijst naar een plaats. Hardop klinken ze gelijk, maar de zinsstructuur maakt iedere keuze controleerbaar.

You're taking your two cousins to the concert too, aren't you?

Je neemt je twee neven of nichten toch ook mee naar het concert?

Ook hier doet elk woord een andere taak. You're bevat you are, your bepaalt cousins, two telt en too betekent ook. Zulke contrastzinnen zijn veel effectiever om te oefenen dan vier losse woorden.

Veelgemaakte fouten

Een plaatsvorm gebruiken voor bezit

❌ The students left there books in the classroom.

Onjuist — de boeken horen bij de studenten, dus je hebt het bezittelijke their nodig.

✅ The students left their books in the classroom.

De leerlingen lieten hun boeken in het lokaal liggen.

Too vergeten wanneer ook wordt bedoeld

❌ Can I come to?

Onjuist — voor ook schrijf je too, niet het voorzetsel to.

✅ Can I come too?

Mag ik ook mee?

Your schrijven waar you are past

❌ Your going to love this restaurant.

Onjuist — bedoeld wordt you are going, dus de vorm is you're.

✅ You're going to love this restaurant.

Je gaat dit restaurant geweldig vinden.

Een bezitsapostrof toevoegen aan its

❌ The phone has lost it's connection again.

Onjuist — hier gaat het om de verbinding van het toestel, dus its zonder apostrof.

✅ The phone has lost its connection again.

De telefoon is opnieuw zijn verbinding kwijtgeraakt.

Their schrijven voor they are

❌ Their meeting us at the entrance at eight.

Onjuist — hier zijn onderwerp en werkwoord nodig: they're, oftewel they are.

✅ They're meeting us at the entrance at eight.

Ze spreken om acht uur met ons af bij de ingang.

Kernpunten

Homofonen vragen niet om beter luisteren maar om beter ontleden. There, their en they're onderscheiden plaats, bezit en they are; to, too en two onderscheiden grammaticale verbinding, toevoeging of graad, en getal. Bij your/you're en its/it's is uitschrijven de beslissende test. Als de volledige vorm niet past, hoort de apostrof er niet.

Related Topics

  • Apostrof in samentrekkingenA2Lees en schrijf Engelse samentrekkingen door te herkennen welke letters de apostrof vervangt en welke grammaticale informatie overblijft.
  • Apostrof bij bezitB1Plaats de Engelse bezitsapostrof correct bij enkelvoudige, regelmatige meervoudige en onregelmatige meervoudige bezitters.
  • IE en EI zonder misleidend ezelsbruggetjeC1Leer Engelse woorden met ie en ei spellen via klank, herkomst en woordfamilies in plaats van een onbetrouwbare rijmregel.
  • De genitief op 'sB1Leer wanneer Engels 's gebruikt, wanneer alleen een apostrof nodig is en wanneer een of-constructie natuurlijker klinkt.
  • Volgorde van hulpwerkwoordenB2Leer de vaste volgorde modaliteit–perfect–progressive–passief en bouw lange Engelse werkwoordketens schakel voor schakel.