Een gewone relatieve bijzin beschrijft een zelfstandig naamwoord dat al genoemd is: the book that you chose. Een vrije relatieve bijzin bevat dat antecedent zelf: what you chose betekent ‘datgene wat je koos’. Daarom heet dit type in het Engels ook een free relative of fused relative: antecedent en relatief element zijn samengesmolten tot één constructie.
Alle vormen op deze pagina zijn (neutraal), tenzij een ander register wordt genoemd. Het belangrijkste verschil met het Nederlands is niet de woordvolgorde, maar de beschikbare woorden. Nederlands kan wat gebruiken na alles of datgene; Engels moet kiezen tussen een vrije relatieve bijzin (what ...) en een zelfstandig naamwoord plus that (everything that ...).
What bevat al ‘datgene’
In een vrije relatieve bijzin betekent what niet alleen ‘wat’. Het betekent ongeveer the thing(s) that: ‘datgene wat’ of ‘wat’. De hele bijzin gedraagt zich vervolgens als een naamwoordgroep. Hij kan onderwerp, lijdend voorwerp of naamwoordelijk deel van het gezegde zijn.
Take what you need.
Neem wat je nodig hebt.
What she said surprised everyone.
Wat ze zei, verbaasde iedereen.
This is exactly what I was looking for.
Dit is precies wat ik zocht.
In Take what you need is what you need het lijdend voorwerp van take. Binnen die bijzin is what tegelijk het lijdend voorwerp van need. De constructie vervult dus een functie in de hoofdzin én heeft intern een open plek. Dat dubbele werk verklaart waarom er geen apart antecedent naast mag staan.
Vergelijk de twee correcte patronen:
| Constructie | Analyse | Voorbeeld |
|---|---|---|
| what you need | vrije relatieve bijzin: what bevat ‘the thing(s)’ | Take what you need. |
| the things that you need | antecedent + gewone relatieve bijzin | Take the things that you need. |
Whoever en whatever: geen specifieke identiteit
Whoever verwijst naar ‘degene die’ of ‘iedereen die’; whatever naar ‘wat dan ook’ of ‘alles wat’. De spreker identificeert de persoon of zaak niet vooraf. Ook deze hele bijzinnen kunnen als naamwoordgroep functioneren.
Whoever arrives first wins the window seat.
Wie het eerst aankomt, krijgt de plek bij het raam.
Give the spare key to whoever is working the front desk tonight.
Geef de reservesleutel aan degene die vanavond achter de receptie werkt.
Choose whatever works best for your team.
Kies wat voor jouw team het beste werkt.
Whatever happens next is beyond our control.
Wat er hierna ook gebeurt, hebben we niet in de hand.
Bij Whoever arrives first wins is de volledige vrije relatieve bijzin onderwerp van wins. Binnen die bijzin is whoever onderwerp van arrives. In Give it to whoever you trust is de volledige groep het complement van to, maar is whoever binnen de bijzin het object van trust.
In zeer formeel, vooral prescriptief Engels komt daarom whomever voor wanneer het woord intern object is: Give it to whomever you trust (formal). In hedendaags Amerikaans Engels gebruiken veel sprekers hier ook in verzorgd taalgebruik whoever. Kijk voor de naamval dus niet naar het voorzetsel vóór de hele bijzin, maar naar de functie binnen de bijzin. Dit onderscheid is echt lastig en de praktijk is aan het verschuiven; whoever is in gewone communicatie de veilige, natuurlijke vorm.
Whatever kan daarnaast een toegevende betekenis hebben, ongeveer ‘ongeacht wat’. Dan presenteert de spreker alle mogelijke invullingen als irrelevant voor de uitkomst:
Whatever you decide, I'll support you.
Wat je ook beslist, ik zal je steunen.
Die vooropgeplaatste bijzin lijkt formeel op een vrije relatieve bijzin, maar werkt als geheel bijwoordelijk: de hoofdmededeling blijft onder elke mogelijke keuze waar. De betekenis en zinsfunctie bepalen dus of whatever nominaal is (Choose whatever you like) of toegevend (Whatever you choose, I'll be happy).
Whichever: keuze uit een begrensde reeks
Whichever betekent ‘welke ... ook’ of ‘degene die’, maar veronderstelt meestal een bekende of beperkte keuzereeks. Het kan alleen staan of een zelfstandig naamwoord meenemen.
Whichever is cheaper will work for us.
Welke goedkoper is, is voor ons prima.
Take whichever route has less traffic.
Neem de route met het minste verkeer, welke dat ook is.
You can sit in whichever seat is free.
Je kunt op elke stoel gaan zitten die vrij is.
Vergelijk whatever book you find met whichever book is on the shortlist. Whatever opent in beginsel een onbeperkte verzameling; whichever laat kiezen uit contextueel beschikbare kandidaten. In informele gesprekken is die grens niet altijd scherp, maar bij een expliciete reeks — either route, these three plans — is whichever het precieze woord.
Wherever en whenever zijn meestal bijwoordelijk
Met wherever en whenever wordt geen zaak of persoon benoemd, maar een plaats of tijd. De vrije constructie vult dan een bijwoordelijke positie in: ‘waar ... ook’ of ‘wanneer ... ook’. Zie ook plaatsbijzinnen.
We'll follow you wherever you go.
We volgen je waar je ook naartoe gaat.
Call me whenever you need a ride home.
Bel me wanneer je een lift naar huis nodig hebt.
Wherever we stay, we need reliable Wi-Fi.
Waar we ook verblijven, we hebben betrouwbare wifi nodig.
De vorm met -ever heeft vaak een vrije-keuzenuance: elke plaats of elk tijdstip voldoet. Gewoon where en when kunnen een specifiek maar nog onbekend punt aanduiden: I remember where we parked betekent ‘Ik weet nog waar we parkeerden’, niet ‘waar we ook parkeerden’.
Vrije relatieve bijzin of ingebedde vraag?
Dezelfde wh-vorm kan een nominale vraagbijzin beginnen. I wonder what she bought bevat een onbekend antwoord: ‘Ik vraag me af wat ze kocht.’ In I ate what she bought verwijst what she bought naar het gekochte eten zelf. Een handige test is vervanging:
- past the thing(s) that? Dan is een vrije relatieve bijzin waarschijnlijk: I ate the things that she bought;
- past the answer to the question? Dan is het een ingebedde vraag: I wonder about the answer to “What did she buy?”.
I don't know what they decided.
Ik weet niet wat ze hebben besloten.
Deze zin kan zonder context dubbelzinnig zijn: de spreker kent hun besluit niet (ingebedde vraag), of kent het ding/de maatregel niet die zij gekozen hebben (vrije relatieve bijzin). Zulke echte dubbelzinnigheid hoeft niet kunstmatig weggeanalyseerd te worden; de context lost haar meestal moeiteloos op.
Veelgemaakte fouten
Een Nederlands antecedent én what gebruiken
❌ I returned the thing what you lent me.
Onjuist: what kan niet achter een apart antecedent als the thing staan.
✅ I returned what you lent me.
Ik heb teruggegeven wat je me had geleend.
Ook I returned the thing that you lent me is correct, maar dat is een gewone restrictieve relatieve bijzin.
Everything what schrijven
❌ Everything what we discussed is confidential.
Onjuist: everything is al het antecedent; gebruik daarna that of laat het betrekkelijk voornaamwoord weg.
✅ Everything that we discussed is confidential.
Alles wat we hebben besproken, is vertrouwelijk.
Everything we discussed is eveneens correct, omdat het betrekkelijk voornaamwoord hier object is en kan worden weggelaten.
What en whatever verwarren
❌ Take what sandwich you like.
Onjuist in de bedoelde vrije-keuzebetekenis: what kan zo geen zelfstandig naamwoord meenemen.
✅ Take whatever sandwich you like.
Neem welk broodje je maar wilt.
Dubbele plaatsmarkering gebruiken
❌ We'll meet wherever place is quiet.
Onjuist: wherever drukt de plaats al uit en combineert hier niet met place.
✅ We'll meet wherever it's quiet.
We spreken af waar het maar rustig is.
Kernpunten
- What bundelt ‘the thing(s)’ en het relatieve element: what you need.
- Voeg daarom geen apart antecedent toe: niet everything what, maar everything that of what.
- Whoever en whatever laten de identiteit open; whichever kiest doorgaans uit een begrensde reeks.
- Wherever en whenever hebben meestal bijwoordelijke waarde.
- Analyseer zowel de functie van de hele bijzin als de interne functie van het wh-element.
Related Topics
- Nominale wh-bijzinnenB2 — Gebruik ingebedde bijzinnen met what, where, when, why en how als onderwerp, object of naamwoordelijk deel.
- Restrictieve relatieve bijzinnenA2 — Identificeer personen en zaken met noodzakelijke relatieve informatie zonder komma's.
- Niet-restrictieve relatieve bijzinnenB1 — Voeg extra informatie over een al geïdentificeerde referent toe met komma's en zonder that of weglating.
- Plaatsbijzinnen met where en whereverB1 — Gebruik where voor specifieke en abstracte locaties en wherever voor vrije keuze of plaats-onafhankelijke concessie.
- Overzicht van Engelse bijzinnenB1 — Herken finiete en niet-finiete Engelse bijzinnen en zie hoe ze als naamwoordgroep, bepaling of beschrijving in een grotere zin functioneren.