Usages of mompelen
De afzender hoorde de ontvanger zacht mompelen dat de envelop te laat was aangekomen.
The sender heard the recipient mumble softly that the envelope had arrived too late.
Ik hoorde Sofie zacht mompelen dat ze moest blozen toen iedereen naar haar keek.
I heard Sofie mumble softly that she had to blush when everyone looked at her.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.