Met will + basisvorm kan een spreker zeggen wat volgens hem of haar waar zal zijn. Dat kan een voorspelling over de toekomst zijn, een persoonlijke mening of zelfs een gevolgtrekking over wat er nú gebeurt. Will markeert hier dus niet puur ‘toekomstige tijd’: het presenteert de uitspraak als een modale inschatting van de spreker.
De vorm: will plus basisvorm
Will is voor alle personen gelijk en wordt gevolgd door de basisvorm van het hoofdwerkwoord. Er komt geen to en geen derde-persoons-s tussen. De ontkenning is will not, meestal samengetrokken tot won’t (informeel en neutraal gesproken Engels). In vragen staat will vóór het onderwerp.
| Functie | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| bevestigend | onderwerp + will + basisvorm | Prices will rise. |
| ontkennend | onderwerp + will not / won’t + basisvorm | Prices won’t fall. |
| vraag | will + onderwerp + basisvorm? | Will prices rise? |
I think prices will rise again next year.
Ik denk dat de prijzen volgend jaar weer zullen stijgen.
Think laat expliciet zien dat dit een mening is. Zonder I think blijft Prices will rise again next year een voorspelling; de spreker kan dan stelliger klinken.
The repair probably won't cost more than fifty pounds.
De reparatie zal waarschijnlijk niet meer dan vijftig pond kosten.
Het waarschijnlijkheidsbijwoord staat gewoonlijk na will maar vóór het hoofdwerkwoord: will probably cost. Bij een ontkenning is probably won’t cost in alledaags Engels zeer natuurlijk.
Voorspellingen op basis van kennis of mening
Gebruik will wanneer je een verwachting formuleert vanuit algemene kennis, ervaring, berekening of persoonlijke overtuiging. De concrete oorzaak hoeft niet zichtbaar te zijn op het spreekmoment.
I expect the roads will be busy after five.
Ik verwacht dat het na vijf uur druk zal zijn op de weg.
You'll feel better after a good night's sleep.
Na een goede nachtrust zul je je beter voelen.
More people will work from home in the coming decade.
In het komende decennium zullen meer mensen thuiswerken.
De derde zin past ook in journalistieke of beleidsmatige tekst (formeel), mits de schrijver de voorspelling onderbouwt. Will zelf maakt een bewering niet wetenschappelijk zeker; het grammaticale signaal is dat de schrijver een verwachting voorlegt.
Veel voorkomende inleidingen zijn I think, I expect, I’m sure, perhaps, probably en definitely. Zij bepalen de graad van zekerheid, terwijl will de voorspelde situatie introduceert.
I'm sure Maya will understand once you explain what happened.
Ik weet zeker dat Maya het zal begrijpen zodra je uitlegt wat er is gebeurd.
Perhaps the meeting will finish early, but don't count on it.
Misschien is de vergadering vroeg afgelopen, maar reken er niet op.
That will be the postman: een gevolgtrekking over nu
In That will be the postman gaat het niet om een toekomstige postbode. De bel gaat nu en de spreker leidt uit tijdstip of verwachting af wie er voor de deur staat. Dit gebruik maakt zichtbaar dat will een modaal oordeel kan markeren.
That will be the postman — could you get the door?
Dat zal de postbode zijn; wil jij opendoen?
The lights are off, so they'll be asleep by now.
De lichten zijn uit, dus ze zullen inmiddels wel slapen.
Nederlands gebruikt in zulke zinnen eveneens vaak zal/zullen met een modale betekenis: Dat zal de postbode zijn en Ze zullen wel slapen. De toevoeging wel heeft hier geen rechtstreekse Engelse tegenhanger; de Engelse combinatie van will en context draagt de gevolgtrekking.
Dit patroon komt vaker voor in Brits Engels dan in sommige varianten van Amerikaans Engels. In Amerikaans gesprek is That must be the mail carrier ook gebruikelijk. Beide zijn standaard; will klinkt in dit inferentiële gebruik voor sommige Amerikaanse sprekers iets Britser (regionaal: vooral Brits Engels).
Will tegenover going to bij voorspellingen
De nuttigste basistegenstelling is bron van bewijs:
- will: mening, verwachting of bredere kennis;
- be going to: actuele aanwijzingen in de huidige situatie.
I think it will rain while we're away.
Ik denk dat het zal regenen terwijl we weg zijn.
De spreker geeft een algemene inschatting, bijvoorbeeld na het bekijken van de weekverwachting.
Look at those clouds — it's going to rain any minute.
Kijk eens naar die wolken; het gaat elk moment regenen.
De donkere wolken zijn hier rechtstreeks waarneembaar bewijs. Meer uitleg staat bij going to voor zichtbare voorspelling.
Dit is geen absoluut verbod. It will rain soon kan prima worden gezegd terwijl de spreker naar wolken kijkt, vooral als diegene eenvoudig een stellige voorspelling doet. It’s going to rain maakt de koppeling met huidig bewijs alleen explicieter. Omgekeerd kan going to steunen op niet-zichtbare maar actuele informatie, zoals een plots dalende luchtdruk. ‘Zichtbaar’ is dus een handig leerwoord; ‘in de huidige situatie aanwezig bewijs’ is preciezer.
According to the latest figures, demand is going to exceed supply this month.
Volgens de nieuwste cijfers zal de vraag deze maand groter zijn dan het aanbod.
De cijfers zijn actuele gegevens en ondersteunen daarom going to, ook al kan niemand ‘vraag’ letterlijk zien. In een prognoserapport is Demand will exceed supply eveneens mogelijk (formeel); dan presenteert de schrijver vooral de uitkomst van de analyse.
Vragen naar een voorspelling
Een directe vraag kan met will beginnen: Will it rain? Vaak klinkt Do you think ... will ...? minder abrupt omdat de vraag expliciet om iemands inschatting vraagt.
Do you think prices will rise before Christmas?
Denk je dat de prijzen vóór Kerstmis zullen stijgen?
Let op de zinsbouw: do maakt de hoofdvraag bij think; in de ingebedde bijzin blijft de volgorde prices will rise. Niet Do you think will prices rise?.
Een will-vraag kan ook bereidheid vragen in plaats van een voorspelling: Will you help me? betekent meestal ‘Wil je me helpen?’. Dat gebruik wordt behandeld bij will voor besluiten en aanbod. De gesprekssituatie bepaalt welke lezing logisch is.
Contrast met het Nederlands
Nederlands kan een toekomstverwachting uitdrukken met zal/zullen, gaan of een tegenwoordige tijd. Daardoor lijkt will = zullen verleidelijk. De overeenkomst is reëel bij modale inschattingen, maar niet volledig. Ik denk dat de prijzen stijgen kan in het Nederlands natuurlijk toekomstig zijn; Engels heeft in dezelfde losse voorspelling gewoonlijk een expliciet signaal nodig: I think prices will rise.
Het Nederlandse gaan overlapt deels met be going to, maar beide talen laten contextverschillen toe. Leer daarom geen regel ‘mening = altijd will, bewijs = altijd going to’ als mechanisch verbod. Gebruik de tegenstelling om te begrijpen wat de spreker profileert.
Veelgemaakte fouten
1. In een losse voorspelling alleen de present simple gebruiken
❌ I think prices rise next year.
Onnatuurlijk als eenmalige toekomstvoorspelling: de present simple klinkt hier als een algemeen patroon.
✅ I think prices will rise next year.
Ik denk dat de prijzen volgend jaar zullen stijgen.
2. De hoofdwerkwoordsvorm na will vervoegen
❌ She will probably arrives late.
Onjuist: na will volgt de basisvorm zonder -s.
✅ She will probably arrive late.
Ze zal waarschijnlijk laat aankomen.
3. Will to gebruiken
❌ The new café will to open in June.
Onjuist: will wordt direct gevolgd door de basisvorm.
✅ The new café will open in June.
Het nieuwe café gaat in juni open.
4. Going to afkeuren zodra het om een voorspelling gaat
❌ Look at that child on the wall! He will fall.
Niet ongrammaticaal, maar going to legt het direct zichtbare gevaar veel natuurlijker op de voorgrond.
✅ Look at that child on the wall! He's going to fall.
Kijk naar dat kind op die muur! Hij gaat vallen.
Kernpunten
Will + basisvorm drukt een inschatting uit en combineert daarom natuurlijk met think, expect, probably en soortgelijke woorden. Het kan ook een gevolgtrekking over het heden markeren, zoals That will be the postman. Going to is niet verboden bij voorspellingen: het legt doorgaans actueel bewijs op de voorgrond. Vraag dus niet alleen ‘Is dit toekomst?’, maar vooral ‘Presenteert de spreker een oordeel of wijst de spreker naar bewijs dat er al is?’
Related Topics
- Manieren om over de toekomst te sprekenA2 — Leer hoe will, be going to, de present continuous en de present simple elk een ander perspectief op de toekomst geven.
- Be going to voor zichtbare voorspellingA2 — Leer hoe be going to een voorspelling op actuele aanwijzingen baseert en waarom nabijheid op zichzelf deze vorm niet bepaalt.
- Will voor spontane beslissingen en aanbodA2 — Leer hoe will een besluit op het spreekmoment, een aanbod, een belofte of bereidheid van de spreker uitdrukt.
- Overzicht van modale werkwoordenA2 — Leer hoe Engelse modale hulpwerkwoorden worden gevormd en hoe ze mogelijkheid, noodzaak en houding uitdrukken.
- Must voor logische conclusieB1 — Gebruik epistemisch must voor een sterke conclusie uit bewijs en can't voor een sterke negatieve conclusie.