De spelling th staat in veel Engelse woorden voor twee klanken die het Nederlands niet als afzonderlijke fonemen heeft. In think hoor je de stemloze tandfricatief /θ/; in this de stemhebbende tandfricatief /ð/. Voor beide laat je lucht langs de tong en tanden stromen, maar alleen bij /ð/ trillen de stembanden. Wie de symbolen nog niet kent, vindt hun functie op de pagina over IPA lezen.
Dat verschil kan betekenis onderscheiden: thin is ‘dun’, sin is ‘zonde’ en tin is ‘blik’. Een begrijpelijke th vraagt geen overdreven uitgestoken tong. De belangrijkste doelen zijn een doorlopende luchtstroom en het juiste onderscheid tussen stemloos en stemhebbend.
/θ/ in think: stemloos en zonder plof
Voor /θ/ plaats je de tongpunt licht tussen de voortanden of vlak tegen de snijrand van de boventanden. Laat de lucht door de nauwe opening stromen. Houd een hand voor je mond: je voelt lucht, maar geen plotselinge plof. Raak je keel aan: bij een losse /θ/ hoort nauwelijks trilling.
I think we should leave early.
Ik denk dat we vroeg moeten vertrekken.
Think begint met /θ/. Als je de tong volledig achter de tanden afsluit en daarna loslaat, ontstaat een /t/: tink. Als je de tong verder terugtrekt en een gleuf achter de tanden maakt, ontstaat /s/: sink. Zowel de plaats als de articulatiewijze telt.
The ice is thinner than it looks.
Het ijs is dunner dan het eruitziet.
In thin en thinner moet de lucht blijven stromen. Oefen eerst een lange /θθθ/, voeg daarna de klinker toe en houd de overgang vloeiend: /θ/ + /ɪn/. Dit is een neutrale uitspraak in zowel informele als formele standaardspraak.
De reeks think – thin – sink
Minimale en bijna-minimale reeksen maken hoorbaar welk gebaar verandert. In think en sink blijft de rest van het woord gelijk; alleen /θ/ wordt /s/. In think en thin blijft /θɪ/ gelijk, maar de uitgang verandert.
think — thin — sink
denken — dun — zinken/gootsteen
Zeg de reeks langzaam en controleer de tong. Bij think en thin mag de tongpunt zichtbaar zijn; bij sink blijft hij achter de tanden. Houd /θ/ even aan: als de klank niet kan worden verlengd, maak je waarschijnlijk een plofklank /t/.
I think the thin cable will sink.
Ik denk dat de dunne kabel zal zinken.
Deze oefenzin is betekenisvol: de drie doelwoorden staan in één natuurlijke context. Spreek hem eerst zorgvuldig uit en daarna in normaal tempo. In informele verbonden spraak mag /θ/ korter worden, maar de luchtstroom verdwijnt niet volledig in een heldere standaarduitspraak.
/ð/ in this: dezelfde plaats, mét stem
Voor /ð/ gebruik je vrijwel dezelfde tongpositie als voor /θ/, maar laat je de stembanden trillen. Leg twee vingers op je keel en wissel langzaam tussen /θ/ en /ð/. De lucht blijft in beide gevallen continu; alleen bij /ð/ voel je duidelijke stemgeving.
This is the one I meant.
Dit is degene die ik bedoelde.
Nederlandstaligen vervangen /ð/ vaak door /d/, omdat een Nederlandse d vertrouwd voelt en ook stemhebbend is. Maar /d/ is een plofklank: de tong sluit de lucht kort volledig af. In this hoort de lucht juist door te lopen.
Then we can discuss the details.
Daarna kunnen we de details bespreken.
Then begint met /ð/; den begint met /d/. Het verschil is niet alleen een accentdetail: then betekent ‘toen/daarna’, terwijl den ‘hol’ betekent.
De reeks this – then – den
this — then — den
dit/deze — toen/daarna — hol
Bij this en then begint de lucht al vóór de klinker te stromen. Bij den bouwt zich achter de tong kort druk op, gevolgd door een loslating. Oefen then en den om het verschil tussen fricatief en plofklank bewust te voelen.
This fox returned to its den, then disappeared.
Deze vos keerde terug naar zijn hol en verdween daarna.
De twee th-woorden hebben /ð/; den heeft /d/. In normale informele en formele spraak is de /ð/ in veel functiewoorden kort en onbeklemtoond, maar hij blijft geen Nederlandse /d/.
Waar komen de twee klanken voor?
/θ/ staat vaak in inhoudswoorden: think, thank, three, Thursday, author, healthy, bath. /ð/ komt zeer vaak voor in grammaticale woorden: the, this, that, these, those, they, them, then, than, though. Er is geen volledig voorspelbare spellingregel; de uitspraak van nieuwe th-woorden moet je soms opzoeken.
They thanked their neighbours for the help.
Ze bedankten hun buren voor de hulp.
They en their beginnen met /ð/; thanked begint met /θ/. Juist omdat beide spellingen identiek zijn, moet je het woord als gesproken vorm leren.
Aan het einde van woorden vind je ook beide klanken. Vergelijk het zelfstandige naamwoord mouth /maʊθ/ met het werkwoord to mouth /maʊð/ ‘zonder geluid articuleren’. Zulke paren zijn minder frequent, maar laten zien dat stemgeving betekenis kan dragen.
Don't just mouth the words; say them clearly.
Beweeg niet alleen geluidloos je mond; spreek de woorden duidelijk uit.
Deze betekenis van mouth is neutraal; de gebiedende zin kan afhankelijk van de toon informeel of instructief formeel zijn.
Onbeklemtoonde woorden en verbonden spraak
In the hangt de klinker af van de volgende klank: meestal /ðə/ vóór een medeklinker en /ði/ vóór een klinker, al komt /ðiː/ ook voor bij nadruk. De beginklank blijft /ð/.
The train is late, but the evening service is running.
De trein is te laat, maar de avonddienst rijdt wel.
Voor train hoor je doorgaans /ðə/; voor evening doorgaans /ði/. In snelle informele spraak worden functiewoorden gereduceerd, maar doelbewust elk the als de uitspreken maakt de Nederlandse overdracht sterker hoorbaar.
Sommige moedertaalvariëteiten gebruiken regionaal /f/, /v/, /t/ of /d/ waar andere variëteiten /θ/ of /ð/ hebben. Th-fronting en th-stopping zijn echte regionale patronen, geen willekeurige fouten. Als leerdoel is /θ/–/ð/ echter het breedst herkenbaar in internationale formele communicatie; imiteer een regionale vervanging pas wanneer je bewust dat accent leert.
Veelgemaakte fouten
1. Think met /t/ beginnen
❌ I tink you're right.
Onjuiste uitspraakspelling: de t maakt van de doorlopende /θ/ een plofklank.
✅ I think you're right.
Laat lucht tussen tong en tanden stromen — Ik denk dat je gelijk hebt.
2. Think als sink uitspreken
❌ I sink we missed the turn.
Onjuist: met /s/ klinkt think als sink, ‘zinken’.
✅ I think we missed the turn.
Gebruik /θ/ met de tong bij de tanden — Ik denk dat we de afslag hebben gemist.
3. This als dis uitspreken
❌ Dis is mine.
Onjuiste uitspraakspelling: /d/ sluit de lucht volledig af.
✅ This is mine.
Gebruik een stemhebbende fricatief /ð/ — Dit is van mij.
4. Beide th-klanken stemloos maken
❌ I saw them over there.
Onhandige lezing: them en there met /θ/ in plaats van stemhebbend /ð/.
✅ I saw them over there.
Laat bij them en there je keel meetrillen — Ik zag ze daarginds.
Kernpunten
Think heeft /θ/: tong bij of licht tussen de tanden, doorlopende lucht, geen stem. This heeft /ð/: dezelfde fricatieve luchtstroom, maar mét stem. Vervang de klanken niet automatisch door Nederlandse /t/, /s/ of /d/. Een niet-perfecte tandpositie is meestal goed te verstaan zolang je het cruciale verschil bewaart tussen fricatief en plofklank, en tussen stemloos en stemhebbend.
Related Topics
- Overzicht van de Engelse uitspraakA1 — Een praktische kennismaking met Engelse klanken, klemtoon en ritme voor Nederlandstalige leerders.
- IPA lezen voor Engelse woordenboekenB1 — Leer Engelse woordenboektranscripties lezen en Britse en Amerikaanse uitspraaknotaties verstandig vergelijken.
- Van spelling naar klankA1 — Leer Engelse spellingpatronen gebruiken zonder letters automatisch Nederlandse klankwaarden te geven.
- W en V uit elkaar houdenA2 — Splits de Nederlandse w op in twee Engelse mondgebaren en maak west, vest, wine en vine duidelijk verstaanbaar.
- Verbonden spraakB2 — Leer hoe linking, herlettergrepering, assimilatie en elisie Engelse woorden in natuurlijke spraak met elkaar verbinden.